06.

Het wachten maakte hem
verlangen naar bezigheid.

Nog niet in het grote ruim,
in het grote ruim niet,
want daar rook het
nog veel te bekend.

Maar verder maakte hij alles schoon;
duizend/honderd/miljoen poten in emmers sop
die alles deden glanzen
en opnieuw weer nieuw deden lijken
alsof het net gemaakt was.

De zeilen witter dan ooit,
de motoren als opnieuw gepolijst,
tot zelfs het anker in zijn geheel
tot de kleinste millimeter nauwkeurig
zeepokvrij gemaakt was.

In het grote ruim nog niet,
niet in het grote ruim,
omdat het daar nog veel
te bekend rook.

Trots stond hij op de kade,
de vele poetslappen in
de vele duizenden poten.
Zweet op het voorhoofd,
moe maar voldaan.

Gereed.

Geen opmerkingen: