02.

Een getrommel op de deur van de anderen.
De Veelpoot stond op de stoep. Het duurde voor men open deed.
Hoe ze daar toch een gast behandelen
in die bekende uithoek van de ambitieuze Veel-
poot.

Een onbekend aantal vingers, knokkels op het hout.
Louter geroffel, getrommel bij de anderen.
Maar men deed open, zeker wel.
Die fout maakt men niet eenmaal, noch meer.
Dat gunnen ze hem niet, de ambitieuze Veel-
poot.

“Wie is het die trommelt, roffelt op ons hout, onze deur,
hier in de uithoek die jij zo goed kent?”
“Jullie weten het,” zei de Veelpoot, “laat mij niet dat
vertellen dat jullie al weten.”
“Je vertrekt en dat weten wij, men weet het hier.”
Een blik naar binnen, daar de Veelpoot wilde weten
hoe men er ook al weer uitzag.

Hij kwam enkel om afscheid te nemen, te laten wat
gelaten diende te worden. Te laten weten met rust
met rust gelaten te willen worden.
Te lang was hij gebonden geweest en wilde hij los
te willen zijn van hen die hem gebonden hadden doen zijn.

“Goed is het, want jouw keus is niet onze keus.”
“Goed is het, want dan leven wij oud en onveranderlijk.”
“Goed is het, want ons werk zit erop.”

Geen opmerkingen: