16.

Lang had de Veel-
poot terug gestaard
naar het licht van
Hogerhand

en toen verschoot het
van kil naar warm
- klik -
van droom naar tast,
van ijs naar dekens,
van kil naar warm,
dat deed het,
oogverblindend.

De patrijspoort vertoonde
lichte barsten
in het glas en
brak
in scherven
naar buiten toe.

De Veel-
poot lachte, z'n
gezicht
door 't licht
verlicht,

een glimlach,
oor tot oor,
tanden bloot,
dat deed-i,
oorverdovend.

Hij voelde al wind
in zijn haren.
De wind was gaan hollen,
rollen (rollebollen?)
door de wolken
en over zee
door havenmond.

De Watervogel
zweeg luidkeels,
terwijl de ogen
van de dode vis
glommen.

0 reacties: