11.

De Veelpoot ontwaakte,
op zijn grondvesten schudden
zijn zeil,
het dek,
de masten en het kraai-
ennest, waar de Watervogel
ijzerenheinig nog
altijd knutselde.

Bevangen door angst
- zijn verlangen was
hij kortstondig vergeten -
verlamde de donder,
ook bliksem, hem
plotseling en
overdonderd als hij was,
lag hij roerloos.

In zijn bed was hij
dan wel veilig, maar
als getroffen in 't hart
kroop hij bedachtzaam
naar de patrijspoort
en opende deze.

Eindelijk, zilte
lucht van ver weg
was zijn kajuit
binnen gewaaid
en als welkome gast
ontvangen door
de Veelpoot.

Magistraal straalde
het Hogerhandige
en wierp reflecties
op de kiel,
de patrijspoort,
zijn boegbeeld.
Ook het anker werd
verlicht.

0 reacties: